450 jaar Eerste Vrije Statenvergadering

19 juli 2022

ReagerenInternationaalDIEP bevestigdOorlogReligie

Na de overgang van Den Briel en Vlissingen voegde zich in mei, juni en juli 1572 de ene na de andere stad bij de Opstand. Dit succes bracht de Spaanse bezetter in grote problemen. Lodewijk van Nassau had Bergen in Henegouwen ingenomen en Alva hield zijn leger in het zuiden om voorbereid te zijn op een tweede inval van Oranje en moest dus de steden in het noorden ongemoeid laten. Willem van Oranje zond brieven naar Gouda en Dordrecht (dat op 25 juni de zijde van de prins had gekozen) om de opstand te organiseren. Dordrecht schreef daarop als oudste en eerste stemhebbende stad van Holland op 15 juli een vergadering uit. Dat was een revolutionaire daad, want alleen de koning of zijn stadhouder was bevoegd een vergadering van de Staten (steden en adel) bijeen te roepen.
Op zaterdag 19 juli waren vertegenwoordigers van de ridderschap en de steden Dordrecht, Haarlem, Leiden, Gouda, Gorinchem, Almaar, Oudewater, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Edam en Monnikendam aanwezig. Andere Hollandse steden waren nog in Spaanse handen of zonden geen afgevaardigden vanwege de Spaanse dreiging. Nog tijdens de vergadering trok stadhouder Bossu zijn troepen uit Rotterdam terug, waarop de vergadering op 25 juli in Rotterdam werd voortgezet en op 27 en 28 juli in Delft werd besloten.
In Dordrecht werd vergaderd op zaterdag 19, zondag 20, dinsdag 22 en woensdag 23 juli in de refter van het Augustijnenklooster, waarbij de instructie die de prins aan zijn vertegenwoordiger Marnix van Sint Aldegonde meegaf als agenda fungeerde.
Besloten werd de prins ƒ 150.000 te geven waarmee hij zijn huurtroepen kon betalen. Op langere termijn werd hem nog eens ƒ 500.000 beloofd. Die bedragen werden verkregen uit leningen van de beter gesitueerden, belastinggelden, inkomsten van kerken, kloosters en gilden en de verkoop van kerkzilver en kerkgoud.
Willem werd erkend als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, een positie die hij door zijn vlucht in april 1567 had verspeeld. Daarnaast zouden de Staten er bij de andere Nederlandse gewesten op aandringen hem te erkennen als voernemste gelidtmaet der Generale Staten des Nederlants, ende mitsdien recht hebbende om ’t selve Nederlant van allen invasien ende onderdruckingen der vremden te bescermen, waarmee de grondslag werd gelegd voor een onafhankelijke staat onder Oranje.
Op verzoek van de prins werd Lumey, gevreesd vanwege zijn misdaden tegen de katholieke geestelijken, benoemd tot stadhouder van de prins. Zijn taak was van de watergeuzen een geregelde vloot te maken. De prins beloofde de steden hun oude privileges en voorrechten terug te geven en tenslotte werd vrijheid van godsdienst en godsdienstoefening afgekondigd.

Historisch erfgoed: De vergaderplek, de Statenzaal in het Hof, is bewaard gebleven. De notulen van de Statenvergadering bevinden zich in het Nationaal Archief, Archief van de Staten van Holland en West-Friesland, inventarisnummer 324. Een kopie is aanwezig bij erfgoedcentrum DiEP (150-1586).
De instructie die Marnix van Sint Aldegonde meekreeg is bewaard gebleven in een afschrift van Jacob Pauwelsz. Hallincq, secretaris van Dordrecht. Dit stuk is eveneens in het Nationaal Archief, handschriftenverzameling 822. Een kopie berust bij Erfgoedcentrum DiEP (150-1586). Transcripties en veel andere gegevens over de Eerste Vrije Statenvergadering staan op de website van DiEP http://cms.dordrecht.nl/dordt?waxtrapp=husboDsHaKnPvBaBX


Terug