100 jaar elektriciteit in Dordrecht

28 juli 2010 - Dordrecht

ReagerenRegionaalDIEP bevestigdBedrijvigheid

In 1895 waren er in Nederland slechts vijf elektrische centrales. Dat waren allemaal particuliere ondernemingen behalve in Rotterdam. Groningen en Haarlem richtten in 1902, Amsterdam in 1904 en Utrecht in 1905 gemeentelijke elektriciteitsbedrijven op. Op 6 maart 1905 droegen B&W van Dordrecht ir. H.C.J. Gritters, directeur van de Rotterdamse centrale, op een onderzoek in te stellen naar 'de levensvatbaarheid eenner electrische centrale te Dordrecht'. Hij stelde in 1907 voor een gelijkstroomcentrale te bouwen en een kabelnet aan te leggen geschikt voor 4200 gelijktijdig brandende lampen. Maar concludeerde ook dat de eerste zes jaar forse verliezen te verwachten waren en de financiële situatie bepaald niet rooskleurig was. Daarop werd een Commissie van Voorlichting benoemd, die een advies moest uitbrengen over het rapport. Die concludeerde dat 'de oprichting van een electrische centrale vooralsnog een stap in het duister, een waagstuk is'. Daarentegen ijverde het bedrijfsleven van Dordrecht krachtig voor een elektriciteitsvoorziening. De Kamer van Koophandel en Fabrieken wendde zich tot de Gemeenteraad met een verzoek tot bouw van een centrale. Bijgevoegd waren 300 handtekeningen van personen die aangaven dat ze ernstig in overweging namen om in geval tot bouw van een centrale zou worden overgegaan zich op het net aan te sluiten. Op 31 oktober 1907 hield ir. A.H.P. Augustijn in de bovenzaal van Café Centraal aan het Scheffersplein - waar nu het pand van Vroom en Dreesmann staat - een overtuigende lezing, waarbij hij tot de conclusie kwam dat met de bouw ten spoedigste moest worden begonnen. In maart 1908 dienden B&W een voorstel in tot stichting van een centrale en de gemeenteraad nam in zijn vergadering van 14 april daartoe het besluit. De leiding werd opgedragen aan ir. J.N. van der Ley, die 16 september 1908 in dienst trad. Korte tijd later kwam zijn bouwplan, waarin hij voorstelde af te stappen van het gelijkstroomsysteem en met het oog op uitbreiding van de levering van elektriciteit aan de omgeving over te gaan tot het opwekken van draaistroom met 6000 volt spanning. De Centrale kwam te staan op de Noordendijk naast molen Kyck over den Dyck. Op 28 juli 1910 werd met de stroomlevering in Dordrecht en weldra ook in de omliggende gemeenten begonnen.

Literatuur: Gemeente Electriciteitsbedrijf Dordrecht 1910-1935 (489-26615) en voor de latere ontwikkelingen: Een energiebedrijf in beweging; de geschiedenis van de energievoorziening in Dordrecht en omstreken / door A. Camijn en A. Kuijlaars (498-32847). Zie ook archief 210 Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf en zijn rechtsopvolgers.

Foto: De centrale aan de Noordendijk met het oudste deel uit 1910, de uitbreiding uit 1915 en bij de knik in de weg de tweede uitbreiding uit 1928. De gebouwen bleven tot aan de bouw van een nieuwe centrale op de Staart in 1952 als centrale in gebruik en staan tegenwoordig bekend als Energiehuis.

Bram van Broekhoven


Terug